Gerda

‘Het is heel fijn om te weten dat ik geen keuze heb gemaakt waar mijn man niet achterstond’

Gerda (68) uit het Noord-Brabantse Sterksel verloor haar man na een plotselinge hersenbloeding en kreeg in het ziekenhuis de vraag of hij donor wilde zijn. Gelukkig herinnerde ze zich dat hij hier ooit iets over gezegd had. Inmiddels geeft ze al zo’n negentien jaar voorlichting over orgaandonatie.

Zoiets voor een ander besluiten is niet te doen
“Toen mijn man in het ziekenhuis hersendood was verklaard en aan mij en onze zoons werd gevraagd wat er met zijn organen mocht gebeuren, kwam het in eerste instantie helemaal niet binnen. Ik was in shock, ze hadden op dat moment alles aan me kunnen vragen zonder dat het door zou dringen. Gelukkig kreeg ik de ruimte om even wat tijd voor mezelf te nemen en op de gang te gaan lopen. Ik was radeloos. Om zoiets voor een ander te besluiten, ik vond het niet te doen.”

Fijn dat het niet mijn maar zijn besluit was
“Dat door de gang lopen hielp om m’n gedachten weer op orde te krijgen. Ik voelde geen tijdsdruk, en kreeg langzaamaan weer wat rust in m’n hoofd. Toen herinnerde ik me: we hebben dit een keer besproken. Ik zag m’n man ineens voor me: handen in z’n zakken, blik uit het raam. Ze mogen alles van me hebben, het leek alsof hij het in m’n oor fluisterde. Vervolgens wist ik wat me te doen stond, en daar was ik heel blij mee. Dat het niet mijn besluit was, maar zijn besluit. Ik heb geen keuze gemaakt waar hij niet achterstond, en dat is heel fijn om te weten.”

Troost biedend
“De kinderen hadden inmiddels ook al ‘ja’ gezegd. Zij kenden hun vader zo goed, die had altijd iets voor iemand anders over. Dus voelde het voor hen als heel vanzelfsprekend om die keuze te maken. Uiteindelijk zijn er dankzij zijn organen vijf mensen geholpen. Dat ook zijn hart is gebruikt om iemands leven te redden, vind ik heel bijzonder. Ik had hem zelf gereanimeerd, en dat is daarmee dan toch niet voor niets geweest. Je moet toch proberen om troost uit zo’n gebeurtenis te halen, dat doe ik op deze manier.”

Fijn om voorlichting te geven als nabestaande
“Via de Nederlandse Transplantatie Stichting werd ik zo’n 19 jaar geleden benaderd om donorvoorlichting te geven. Dat doe ik sindsdien onder meer in ziekenhuizen, op beurzen of in de klas. De eerste keer weet ik nog goed, ik vond het heel spannend. Het was voor een groep verpleegkundigen in het ziekenhuis in Sittard. Gaandeweg merkte ik dat ze erg veel aan mijn verhaal hadden, aan het verhaal van een nabestaande. Dat ik ze kon vertellen hoe het zo fijn mogelijk voor de familie is, wat voor nazorg er gewenst is, omdat dat toch de mensen zijn die er verder mee moeten.”

Het is goed om ruimte te geven aan zo’n beladen onderwerp
“Op scholen kan het erg verschillen hoe de voorlichting loopt, dat hangt ook af van de leeftijd van de leerlingen. Wat je in ieder geval vaak merkt, is dat ze heel geïnteresseerd zijn in het menselijke aspect. Dan willen ze bijvoorbeeld weten hoe het voelt om iemand te verliezen, en of we goed werden ondersteund tijdens het donorproces, dat soort vragen. Het is goed dat docenten op deze manier ruimte geven aan zo’n toch wel beladen onderwerp.”

Het gaat niet om wát je besluit, maar dát je besluit.
“De afgelopen jaren heb ik wel een omslag gemerkt in hoe mensen over orgaandonatie praten. Bijvoorbeeld op de beurzen waar ik kom. Toen de politieke discussie over de nieuwe donorwet in volle gang was, zag je ook wel dat sommige mensen boos waren. Je hoorde dan veel fabels voorbijkomen. Maar dit jaar merk ik een duidelijk verschil. Laatst kwamen op een beurs een man en een vrouw naar me toe, die zich wilden registreren. De ene wilde wél orgaandonor worden, en de andere niet. Maar ze respecteerden elkaars standpunt, en daar gaat het om. Niet om wat je besluit, maar om dat je iets besluit. En dat je naasten daarvan weten.”